Geschiedenis

Ontstaan judo

Jigoro Kano (28-10-1860 - 4-5-1938) is de grondlegger van het judo.

Jigoro Kano

Jigoro Kano werd als kind vaak geplaagd en leerde jiujitsu om zich te kunnen verdedigen. Maar de tengere jongen was te zelfbewust om zich willoos en zonder verzet onder de voet te laten lopen.
In zijn kleine lichaam huisde een grote wil met alle eigenaardigheden van een stalen veer, die meer weerstand biedt naarmate zij zwaarder wordt belast.

Hij ging lessen van zijn meester Teinoskuku Yagi volgen. Zijn meester bracht hem in contact met Hachoinosuke Fukuda, directeur van de Tensjo-Shinyo-school. Zijn meester was een edel mens en had veel sympathie voor Kano. Na zijn dood liet Yagi hem de geschriften van zijn jiujitsu-school na.

De opvolger van zijn meester was Iso, die erg soepel en erg sterk was. Na de dood van Iso kreeg Jigoro weer een soortgelijke erfenis.

Uit onvrede met de ruwe en gevaarlijke technieken die bij jiujitsu werden toegepast (hij kwam vaak bont en blauw thuis, dit leverde hem de bijnaam "de pleister" op), selecteerde Kano een aantal technieken die de tegenstander konden uitschakelen, zonder hem daarbij ernstig te verwonden. Dit is de basis van judo.

In 1882 opende Kano op 22-jarige leeftijd de eerste judoschool: de kodokan. Behalve een training van het lichaam was voor Kano ook de training van de geest en het continue streven naar het verbeteren van de persoonlijkheid een primair doel, een instelling die bij veel westerse judoka's niet altijd meer leeft.

In 1909 werd Kano lid van het Internationaal Olympisch Comité. Als IOC-lid geloofde Kano in sport als middel om landen tezamen te brengen. Hij ijverde er voor om de Olympische Spelen in 1940 te Tokio te laten plaatsvinden.
Kano overleed op 77-jarige leeftijd aan boord van het stoomschip "Hikawa Maru", op de terugreis van een rondreis door Europa.

Hij verkreeg postuum de hoogste graad, 12e dan, de brede witte band.

Deze graad is volgens de traditie exclusief voorbehouden aan de stichter van het judo, hoewel er theoretisch geen reden is waarom een willekeurige judoka niet ook deze graad zou kunnen bereiken.

Het is te betwijfelen of Kano het eens zou zijn geweest met de honoraire 12e dan, aangezien hij een filosofie voorstond van continue verbetering.

Traditie

Judoka's dragen een witte katoenen broek (zubon) en een jas (kimono) die door een band (obi) bijeen wordt gehouden. Het geheel noemt men een gi. Tijdens wedstrijden van hoog niveau, draagt de ene judoka een wit pak en de andere judoka een blauw pak. Door dit onderscheid is deze dynamische sport beter te volgen voor het publiek en de scheidsrechters. Meisjes dragen een wit T-shirt onder de kimono. Judolessen vinden plaats in een dojo en beginnen in Vajrasana (geknielde houding).

Etiquette

De kledij

Elke sport wordt geïdentificeerd door uiterlijke kenmerken. Het belangrijkste daarvan is meestal de kledij.

In de Japanse sporten is dat een GI – verkeerdelijk ook kimono genoemd.

In de meeste clubs wordt een witte keikogi gedragen: witte vest en witte broek (keiko = oefenen / gi = kledij).

In sommige clubs wordt soms een andere kleur van gi gedragen: zwart of blauw.

Ongeacht de kleuren wordt steeds verwacht dat de kledij zuiver is en op een correcte manier gedragen wordt.

Gordel

De OBI (gordel) dient om de kledij samen te houden en wordt vooraan geknoopt met een dubbele knoop. Dit lijkt eenvoudig, maar vaak zie je beoefenaars waarvan één uiteinde van de gordel bijna kaarsrecht naar boven steekt.

Hier een beknopte handleiding over het juist knopen van de obi:

De juiste manier:

De foute manier:

Groeten

Een betuiging van respect aan de Japanse traditie worden er geen handen geschud, maar wordt er gegroet: zittend of rechtstaand.

Za-rei (zittende groet)

Bij het zitten (seiza) plaats je eerst de linkerknie, dan de rechterknie op de tatami. Vervolgens worden de voeten plat op de grond gelegd en het zitvlak op de hielen gebracht.

Om te groeten wordt eerst de linkerhand op de tatami geplaatst, vervolgens de rechter (beiden voor de respectievelijke knie). De romp wordt voorover gebogen tot het voorhoofd bijna de handen raakt. Daarna wordt de romp terug recht gebracht, dan de rechterhand terug op de dij en tenslotte de linkerhand terug op de dij.

Ritsu rei (staande groet)

Met de hielen tegen elkaar en de handen naast het lichaam wordt de romp licht voorover gebogen in de richting van de tegenstrever, leerling, leraar.

Tijdens het buigen worden de handen tot op de voorkant van het dijbeen gebracht met de vingers tegen elkaar. Het hoofd blijft in het verlengde van de romp.

ER WORDT NIET MET DE HANDEN OP DE DIJEN GESLAGEN!!

In principe moet de lagere in rang dieper en langer buigen dan de hogere.

Soms wordt er ook aan het begin en/of het einde van een training een korte meditatie gedaan; dit gebeurt door het bevel “mokuso”. De ogen worden gesloten en ieder concentreert zich op zijn ademhaling. De meditatie stopt door het bevel “mokuso yame”.

Graduatiesysteem van judo

Graad

Kleur

Naam

6e Kyu

wit

rok-kyu

5e Kyu

geel

go-kyu

4e Kyu

oranje

yon-kyu of shi-kyu

3e Kyu

groen

san-kyu

2e Kyu

blauw

ni-kyu

1e Kyu

bruin

ichi-kyu

1e Dan

zwart

sho-dan

2e Dan

zwart

ni-dan

3e Dan

zwart

san-dan

4e Dan

zwart

yon-dan

5e Dan

zwart

go-dan

6e Dan

rood-wit

roku-dan

7e Dan

rood-wit

shichi-dan (nana-dan)

8e Dan

rood-wit

hachi-dan

9e Dan

rood

ku-dan

10e Dan

rood

ju-dan

11e Dan

rood

juichi-dan

12e Dan

wit (brede band)

juni-dan

De kleur van de band geeft de graad van gevorderdheid in het judo aan; een beginner heeft een witte band, waarna geel, oranje, groen, blauw, bruin en zwart volgen (de kyu-graden).

De wachttijd tussen kyu's bedraagt minimaal zes maanden. Tussen 1e kyu en 1e dan is de wachttijd minimaal een jaar. Hoe hoger de dan, hoe langer de wachttijd.

Voor kinderen en jonge judoka's tot 12 jaar is er nog een onderverdeling waarbij aan een band een andersgekleurde slip kan zitten om aan te geven dat de beoefenaar tussen de gedragen band en de volgende in zit.

Tussen de meestergraden (zwarte banden; dangraden) is het onderscheid te zien aan witte streepjes dwars op het uiteinde van de zwarte band.

Alle judoka's moeten lid zijn van een nationale judovereniging en bezitten ook een judopaspoort voor wedstrijden en examens.

Het systeem van gekleurde banden is een westers systeem, in Japan heeft men de indeling: wit (6e t/m 4e kyu) - bruin (3e tot 1e kyu) - zwart.

De kyu-examens worden afgenomen door de judoclubs. 1e t/m 3e dan-examens worden afgenomen door regionale examencommissies.

Alleen 4e en 5e dan-examens worden afgenomen door landelijke examencommissies. De kandidaten van 4e of 5e dan worden beoordeeld door de meesters die 6e of hogere dan hebben.

Dangraden boven 6e dan worden meer op grond van verdiensten voor de judosport dan voor exceptionele bekwaamheid in het uitvoeren ervan toegekend.

Bij de 6e, 7e en 8e dan is er een afwisselend roodwitte band, bij de 9e en 10e dan een rode band. Deze behaalde banden worden in een judopaspoort afgetekend.

Tot nu toe is de 10e dan toegekend aan slechts 18 judoka's in de hele wereld. De meeste 10e danhouders zijn Japanners. Slechts twee Nederlandse en één Britse judoka zijn in het bezit van deze dangraad.

Jigoro Kano verkreeg na zijn dood de hoogste graad, de 12e dan, een brede witte band. Deze graad kan theoretisch gezien gehaald worden door elke judoka maar praktisch gezien is deze alleen voor de stichter van judo, de kans is dus vrijwel niet aanwezig dat iemand deze ooit nog zal gaan halen.

 



Geschiedenis judoclub Hulshout

Onze club werd opgericht in de jaren '70.

(wordt vervolgd...)

verouderde Internet Explorer


Ga naar de contactpagina